Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
2.Stukken van het geding
3.Feiten
(per e-mail als ook telefonisch) tussen de notarissen, de advocaten van [zoon X] en [ex-echtgenote Y] en [klager] . In die contacten (zie bijlagen 10 tot en met 33 bij het klaagschrift) werden over en weer voorstellen gedaan om tot een oplossing te komen voor het geconstateerde probleem (en werden door de kandidaat-notaris verschillende onderhandse stukken opgesteld), doch alles zonder resultaat.
4.Standpunt van klagers
5.Standpunt van de notarissen
6.Beoordeling
ondertekendterwijl de cedent, te weten de hypotheekhoudster [de BV] , op dat moment reeds bijna vier jaren was ontbonden, gaf de notarissen naar het oordeel van het hof voldoende redenen om de vaststellingsovereenkomst van 20 december 2016 kritisch te bekijken en vragen te stellen over de betreffende cessie (en de daarbij behorende overige onderhandse stukken). Dat de notarissen herhaaldelijk niet zouden hebben gereageerd op (juridische) argumenten dan wel dat de notarissen die argumenten genegeerd zouden hebben (door steeds wisselende en juridisch onhoudbare standpunten in te nemen), acht het hof - evenals de kamer - niet bewezen noch aannemelijk gemaakt. Uit de stukken (bijlagen 8 tot en met 33 bij het klaagschrift) blijkt juist dat de notarissen naar een passende oplossing hebben gezocht en hebben geprobeerd de belangen van alle betrokkenen te behartigen. De omstandigheid dat de notarissen in hun correspondentie niet altijd de zienswijze van klagers, meer in het bijzonder die van [klager] volgden, maakt nog niet dat zij daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld. Dit betekent dat dit klachtonderdeel ongegrond is.
notaris.