ECLI:NL:GHAMS:2018:4637
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beslissing over klaagschrift tegen beslag op personenauto en proportionaliteit zekerheidstelling
In deze zaak heeft klager een klaagschrift ingediend tegen het conservatoir beslag op zijn personenauto en de hoogte van de door het Openbaar Ministerie geëiste zekerheidstelling voor teruggave. Het beslag werd gelegd op grond van artikel 94a Sv in het kader van een ontnemingszaak.
De raadsvrouw van klager betoogde dat de gevraagde zekerheidstelling van €35.446,00 disproportioneel hoog was, aangezien de dagwaarde van de auto ongeveer €15.000,00 bedroeg. Tevens stelde zij dat klager de auto nodig had voor woon-werkverkeer. Het Openbaar Ministerie stelde dat de zekerheidstelling moest aansluiten bij het verschil tussen de betalingsverplichting uit het ontnemingsvonnis en de waarde van reeds in beslag genomen goederen.
Het hof oordeelde dat het beslag en de gevraagde zekerheidstelling niet zonder meer disproportioneel zijn, mede omdat de verhaalspositie van het OM niet verder gaat dan het ontnemingsvonnis. Daarnaast is het teruggave onder zekerheidstelling een discretionaire bevoegdheid van het OM. Het belang van klager bij het gebruik van de auto werd onvoldoende gemotiveerd. Daarom verklaarde het hof het klaagschrift ongegrond.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen het beslag en de gevraagde zekerheidstelling wordt ongegrond verklaard.