ECLI:NL:GHAMS:2018:4641
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding rechtsbijstandskosten na ongegrondverklaring klaagschrift ex artikel 12 Sv
Verzoekster, een politieagente, heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met een klaagschriftprocedure ex artikel 12 Sv Pro en de daaropvolgende verzoekschriftprocedure. De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van de kosten van de klaagschriftprocedure af, maar kende de kosten van de verzoekschriftprocedure toe.
Het hof oordeelt dat de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard kennis te nemen van het verzoekschrift, omdat het gerechtshof bevoegd is indien de zaak is geëindigd met een ongegrondverklaring van het klaagschrift. Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank.
Het hof overweegt dat de vergoeding van rechtsbijstandskosten op grond van artikel 591a Sv kan worden toegekend ook als de vervolging is geëindigd met een sepot of ongegrondverklaring van een klaagschrift. De omstandigheid dat de rechtsbijstandskosten door de politie als werkgever worden gedragen, vormt geen beletsel voor toekenning. Gelet op billijkheid acht het hof toekenning van de gevraagde vergoeding van €4.866,86 passend.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het verzoek tot vergoeding van rechtsbijstandskosten toe en kent een bedrag van €4.866,86 toe.