ECLI:NL:GHAMS:2018:4642

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 december 2018
Publicatiedatum
17 december 2018
Zaaknummer
200.229.574/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhoging van het onderzoeksbudget voor onderzoek naar beleid en gang van zaken DeSeizoenen B.V.

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde het verzoek tot verhoging van het budget voor een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van DeSeizoenen B.V. over de periode van 10 januari 2012 tot 15 maart 2016. Eerder was het budget vastgesteld op €35.000 en vervolgens verhoogd tot €70.000. De onderzoeker verzocht om een verdere verhoging tot €85.000 vanwege extra onvoorziene werkzaamheden en bijkomende kosten.

De onderzoeker lichtte toe dat het oorspronkelijke budget met €7.850 was overschreden door extra gesprekken, verslaglegging en het behandelen van verzoeken aan de Ondernemingskamer. Ook het opstellen van het conceptverslag nam meer tijd in beslag dan verwacht. De onderzoeker gaf aan zeer zuinig te hebben gedeclareerd en verwachtte nog circa 24 uur nodig te hebben om het onderzoek af te ronden.

Partijen werden geïnformeerd over het verzoek tot verhoging en hebben geen bezwaar gemaakt. De Ondernemingskamer achtte het verzoek redelijk en toewijsbaar. De kosten van het onderzoek blijven voor rekening van DeSeizoenen B.V. en zij dient zekerheid te stellen voor betaling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: Het onderzoeksbudget voor het onderzoek naar DeSeizoenen B.V. wordt verhoogd tot €85.000 exclusief btw, met kosten ten laste van DeSeizoenen B.V.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.229.574/01
beschikking van de Ondernemingskamer van 17 december 2018
inzake
DE CENTRALE CLIENTENRAAD VAN DESEIZOENEN B.V.,
gevestigd te Oploo,
VERZOEKER,
advocaten:
mr. H.W.L. de Beaufort,
mr. H.A. de Savornin Lohmanen
mr. A.H. Arntz, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DESEIZOENEN B.V.,
gevestigd te Oploo,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. S.J.H.M. Berendsenen
mr. B. Kemp, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WW ZORG GROEP B.V.,
gevestigd te Bussum,
2.
[A],
wonende te [....] ,
3.
[B],
wonende te [....] ,
4.
[C],
wonende te [....] ,
5.
[D],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. W.K. Bischoten
mr. N.M. Suurmond, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

6 DE LEDEN VAN DE RAAD VAN COMMISSARISSEN VAN DESEIZOENEN B.V.,

a. a)
[E],
b)
[F],
c)
[G],
d)
[H],
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. P.D. Oldenen
mr. F.H. Oosterloo, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
1.
Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zal verweerster (ook) worden aangeduid als DeSeizoenen.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 30 april 2018, 2 mei 2018 en 27 juni 2018.
1.3
Bij de beschikkingen van 30 april 2018 en 2 mei 2018 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van DeSeizoenen over de periode vanaf 10 januari 2012 tot 15 maart 2016, mr. J.M. Blanco Fernández te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 35.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van DeSeizoenen.
1.4
Bij de beschikking van 27 juni 2018 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 70.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van DeSeizoenen.
1.5
De onderzoeker heeft bij brief, met bijlagen, van 6 december 2018 de Ondernemingskamer verzocht het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten te verhogen tot € 85.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De onderzoeker heeft ter toelichting op zijn verzoek een specificatie van de door hem in verband met het onderzoek verrichte werkzaamheden en de daarmee gemoeide tijd bijgevoegd. Het onderzoeksbudget van € 70.000 exclusief btw is inmiddels met € 7.850 overschreden, omdat hij meer uren aan het onderzoek heeft moeten besteden dan eerder (conservatief) door hem was begroot en hij circa € 2.500 aan kosten van ondersteuning heeft moeten maken. De overschrijding is volgens hem te wijten aan werkzaamheden die van te voren onvoorzien waren, zoals het voeren van extra gesprekken en de verslaglegging daarvan, alsook het behandelen van een tweetal verzoeken aan de Ondernemingskamer. Bovendien hebben het onderzoek en het schrijven van het conceptverslag meer tijd gevergd dan was voorzien. Volgens de onderzoeker heeft hij zeer zuinig gedeclareerd en ligt het aantal daadwerkelijk bestede uren (aanmerkelijk) hoger. Daarnaast heeft de onderzoeker te kennen gegeven dat het conceptonderzoeksverslag aan partijen is voorgelegd en hun de gelegenheid is geboden commentaar daarop te leveren. De onderzoeker heeft de verwachting uitgesproken dat vervolgens nog circa 24 uren nodig zullen zijn om het onderzoek te kunnen afronden.
2.2
Volgens de onderzoeker heeft hij partijen op de hoogte gesteld van zijn voornemen de Ondernemingskamer te verzoeken het onderzoeksbudget met € 15.000 te verhogen. Alle partijen hebben naar zijn zeggen aan hem bericht geen bezwaar tegen het verhogingsverzoek te hebben. Van de door de Ondernemingskamer aan partijen geboden gelegenheid kenbaar te maken of zij daar anders over denken, heeft geen van hen gebruik gemaakt.
2.3
De Ondernemingskamer overweegt dat de onderzoeker, tegen de achtergrond van het in 2.1 vorenoverwogene, de reden voor verhoging van het onderzoeksbudget voldoende heeft toegelicht. Met het oog op de in 2.2 overwogen gang van zaken vertrouwt de Ondernemingskamer partijen akkoord met de door de onderzoeker verzochte verhoging. Het verzoek komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal dit verzoek dan ook toewijzen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 30 april 2018 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van DeSeizoenen B.V. ten hoogste mag kosten tot € 85.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van DeSeizoenen B.V. en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze (aanvullende) zekerheid dient te stellen voor de betaling van dit bedrag;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en drs. P.R. Baart en mr. D.E.M. Aleman, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 17 december 2018.