Uitspraak
€ 9.017,00.
[bouwdepot 1]afwijzen, nu de veroordeelde is vrijgesproken voor het strafbare feit waar deze vordering op ziet, namelijk de oplichting van Fortis Hypotheekbank N.V. Bovendien is onvoldoende gebleken van welk strafbaar feit het geld dat de veroordeelde uit deze constructie zou hebben ontvangen afkomstig zou zijn. Het is voorts onvoldoende aannemelijk dat de veroordeelde het geld ontvangen zou hebben uit andere strafbare feiten.
[bouwdepot 2]verenigt het hof zich met de overwegingen en de berekening van de opbrengsten van de rechtbank onder paragraaf 4.2.3 vanaf het kopje ‘[bouwdepot 2]’ op pagina 6 van het vonnis tot en met de derde paragraaf (eindigend met de woorden ‘de bankrekening van [verdachte]’) op pagina 8 van het vonnis, en maakt die tot de zijne. Het hof verenigt zich eveneens met de verwijzingen naar de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de bijbehorende voetnoten 8 tot en met 16 en maakt die eveneens tot de zijne.
€ 450,00
28.864,76.
het hof begrijpt: de factuur van [bedrijf] van 10 december 2003, blz. 305 van het dossier).
15.000,00
€ 43.897,21
43.897,21
€ 62.881,76.
81.778,97 (eenentachtigduizend zevenhonderdachtenzeventig euro en zevenennegentig cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 62.881,76 (tweeënzestigduizend achthonderdeenentachtig euro en zesenzeventig cent).