Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Stukken van het geding
3.Feiten
staat bij o.a. het kadaster? Wanneer is dat geregeld?”
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak heeft klager een klacht ingediend tegen een notaris, verwijtend dat diens chef de bureau hem onheus heeft bejegend in e-mailberichten en dat de notaris zich tijdens een bijeenkomst niet onafhankelijk heeft opgesteld. De klacht werd door de kamer voor het notariaat ongegrond verklaard. Klager ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het hof nam de feiten over zoals vastgesteld door de kamer en oordeelde dat hoewel het taalgebruik in de e-mails onvoldoende professioneel was, dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar was gezien de voorgeschiedenis en het gedrag van klager. Ook de stelling dat de notaris zich niet onafhankelijk opstelde tijdens de ondertekening van de akte werd onvoldoende aannemelijk gemaakt. De notaris had conform wettelijke voorschriften gehandeld en getuigen waren aanwezig bij de ondertekening.
Klager bood nog bewijs aan in de vorm van een geluidsopname, maar het hof zag geen aanleiding dit te aanvaarden omdat er geen feiten waren die tot een andere beslissing konden leiden. Het hof bevestigde daarom de bestreden beslissing en verklaarde de klacht ongegrond.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wegens onheus bejegenen en vermeende partijdigheid wordt ongegrond verklaard.