Uitspraak
mr. M.A. Vles, kantoorhoudende te Weert,
mr. H.M.L. Dings, kantoorhoudende te Venlo,
5 [F] ,
[G],
[H],
[I],
[J],
mr. H.M.L. Dings, kantoorhoudende te Venlo.
10 [K] ,
[L],
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een verzoek van [A], aandeelhouder en bestuurder in een familiebedrijf, om een enquête te gelasten naar het beleid en de gang van zaken van de besloten vennootschap [B] en haar groepsmaatschappijen. [A] stelde dat hij onvoldoende werd geïnformeerd en dat het bestuur niet rechtsgeldig functioneerde, met name na een geschil over schorsing en benoeming van interim-bestuurders.
De Ondernemingskamer constateerde dat het verzoek niet ontvankelijk was voor zover het zich richtte tegen [E], omdat deze geen onderneming drijft. Het geschil over pensioenverplichtingen tussen partijen was van vermogensrechtelijke aard en al onderwerp van een andere procedure, waardoor dit geen grond vormde voor een enquête. Verder oordeelde de kamer dat de besluiten tot schorsing van het bestuur en benoeming van interim-bestuurders niet rechtsgeldig waren genomen en dat het bestuur van [B] nog steeds functioneerde.
De kamer vond geen aanwijzingen voor discontinuïteit of tekortkomingen in het bestuur, noch voor een feitelijke machtsuitoefening door derden. De informatievoorziening aan [A] werd als voldoende beoordeeld, ondanks enige vertraging. De slechte persoonlijke verhoudingen tussen de familieleden werden betreurd, maar vormden geen reden voor een enquête. Het verzoek werd daarom afgewezen en [A] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot gelasten van een enquête en onmiddellijke voorzieningen is afgewezen en verzoeker is veroordeeld in de proceskosten.