Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
AMROP,
Gerechtshof Amsterdam
De werknemer trad in 2008 in dienst bij Amrop en werkte sinds 2010 als research consultant. In oktober 2016 ontstond een geschil over haar salaris, waarna zij zich ziek meldde. De bedrijfsarts concludeerde dat er geen medische reden voor ziekte was, maar dat klachten werkgerelateerd waren. Amrop stopte daarop de loonbetaling vanaf november 2016.
De werknemer vorderde loonbetaling over de periode november 2016 tot het einde van het dienstverband, stellende dat zij door werkgerelateerde omstandigheden niet kon werken. Amrop stelde dat zij geen recht had op loon omdat zij de arbeid niet verrichtte zonder dat dit voor rekening van de werkgever kwam. Het hof oordeelde dat Amrop onvoldoende initiatief had genomen om de klachten op te lossen en dat de werknemer door werkgerelateerde factoren niet kon werken.
Het hof verwierp het beroep van Amrop op het ontbreken van spoedeisend belang en het argument dat de loonvordering pas in een bodemprocedure beoordeeld kon worden. Ook de wettelijke verhoging op het achterstallige loon werd toegewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vordering van Amrop tot terugbetaling van loon af. Amrop werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de loonvordering van de werkgever af, met veroordeling in proceskosten.