ECLI:NL:GHAMS:2018:4847

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 december 2018
Publicatiedatum
7 januari 2019
Zaaknummer
200.231.235/01 0K
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhoging onderzoeksbudget Ondernemingskamer Penn & Ink Nederland B.V.

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget in een enquêteprocedure tegen Penn & Ink Nederland B.V. Het onderzoek, gericht op het beleid en de gang van zaken van Penn & Ink vanaf 1 januari 2015, was eerder vastgesteld op een maximum van €40.000 exclusief omzetbelasting.

De onderzoeker, mr. P.W. Schreurs, verzocht op 21 november 2018 om een verhoging van het budget tot €75.000 exclusief omzetbelasting. Hij motiveerde dit met een langere zoektocht naar oorspronkelijke data, een uitbreiding van de onderzoeksthema’s op verzoek van partijen en de noodzaak om inzicht te krijgen in diverse procedures buiten de enquêteprocedure.

Partijen, de bestuurder en de beheerder kregen gelegenheid om te reageren. Verzoekster [A], de bestuurder en beheerder gaven geen bezwaar tegen de verhoging, met de kanttekening dat verdere verhogingen voorkomen moeten worden. Penn & Ink Nederland B.V. reageerde niet.

De Ondernemingskamer vond het verzoek niet onredelijk en besloot het budget te verhogen tot €75.000 exclusief omzetbelasting. Tevens werd bepaald dat de kosten voor rekening van Penn & Ink komen en dat zij aanvullende zekerheid moet stellen voor betaling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven op 4 december 2018.

Uitkomst: Het onderzoeksbudget voor het beleidsonderzoek bij Penn & Ink Nederland B.V. wordt verhoogd tot €75.000 exclusief omzetbelasting, kosten komen voor rekening van Penn & Ink.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.231.235/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 4 december 2018
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mr. D.S. Teitleren
mr. T.J. Teggelaar, beiden kantoorhoudende te Nijmegen,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PENN & INK NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Olst-Wijhe,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. A.J. Beljaars-Vinken
mr. P.P.A. Vroegrijk, beiden kantoorhoudende te Breda,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BLUFF B.V.,
gevestigd te Olst-Wijhe,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. A.J. Beljaars-Vinken
mr. P.P.A. Vroegrijk, beiden kantoorhoudende te Breda.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg zal verzoekster met [A] en verweerster met Penn & Ink worden aangeduid.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 15 en 19 juni 2018.
1.3
Bij die eerdere beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Penn & Ink over de periode vanaf 1 januari 2015, mr. P.W. Schreurs (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 40.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Penn & Ink, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding mr. B.M.A. van Hussen (hierna: de bestuurder) benoemd tot bestuurder van Penn & Ink en bepaald dat de aandelen in Penn & Ink – met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders– ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. J.H. van Woudenberg (hierna: de beheerder).
1.4
Bij brief van 21 november 2018 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen tot een bedrag van € 75.o00, de omzetbelasting daarin niet begrepen. Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft de onderzoeker naar voren gebracht dat de zoektocht naar de oorspronkelijke data en de reconstructie van de gebeurtenissen aanzienlijk meer tijd kost dan op voorhand kon worden verwacht, het aantal thema’s van het onderzoek op verzoek van partijen is uitgebreid en het nodig is gebleken om enig inzicht te krijgen in de diverse procedures die buiten de enquêteprocedure om worden gevoerd tussen partijen en andere betrokkenen.
1.5
Bij e-mail van 22 november 2018 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen, de bestuurder en de beheerder in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek bedoeld in 1.4 uit te laten.
1.6
Op 30 november 2018 heeft de Ondernemingskamer reacties ontvangen van mr. E. Sahhar namens [A] , de bestuurder en de beheerder. Zij hebben onder andere bericht dat zij geen bezwaar hebben tegen het verzoek van de onderzoeker bedoeld onder 1.4. De bestuurder en beheerder hebben in hun reacties benadrukt dat voorkomen moet worden dat opnieuw om een verhoging van het onderzoeksbudget wordt gevraagd.
1.7
Van de andere partij heeft de Ondernemingskamer niets vernomen.

2.De gronden van de beslissing

Nu geen bezwaren zijn ontvangen tegen de bedoelde verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten en de Ondernemingskamer het verzoek niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het verzoek tot kostenverhoging toewijzen als hierna te vermelden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 15 juni 2018 bevolen onderzoek naar het beleid en gang van zaken van Penn & Ink Nederland B.V. ten hoogte mag kosten tot € 75.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Penn & Ink Nederland B.V. en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze aanvullende zekerheid dient te stellen voor de betaling van dit bedrag;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, prof. dr. R.A.H. van der Meer RA en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar op 4 december 2018.