Uitspraak
mr. D. Engelen, kantoorhoudende te Rotterdam,
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een verzoek tot vaststelling van de vergoeding van de onderzoeker in een enquêterechtprocedure tegen Clifden B.V., Rand Holding B.V. en een derde partij (Clifden c.s.). De procedure betrof een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Clifden c.s. vanaf 1 januari 2005, waarbij mr. C.F. Mijs als onderzoeker was benoemd.
De Ondernemingskamer had eerder in meerdere beschikkingen het maximale budget voor het onderzoek verhoogd van €25.000 tot uiteindelijk €47.500 exclusief btw, met de bepaling dat de kosten hoofdelijk ten laste komen van Clifden c.s. De onderzoeker diende op 29 november 2018 het onderzoeksverslag in en verzocht op 11 december 2018 om definitieve vaststelling van de vergoeding op het laatstgenoemde bedrag, zonder extra kosten in rekening te brengen.
Partijen kregen gelegenheid zich uit te laten over het verzoek, waarop geen bezwaren werden gemaakt tegen het bedrag. De Ondernemingskamer vond de vergoeding niet onredelijk en stelde deze definitief vast op €47.500 exclusief btw. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 21 december 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vergoeding van de onderzoeker wordt vastgesteld op €47.500 exclusief btw, hoofdelijk ten laste van Clifden c.s.