ECLI:NL:GHAMS:2018:4896

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 december 2018
Publicatiedatum
10 januari 2019
Zaaknummer
200.145.443/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:350 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling vergoeding onderzoeker in enquêterechtprocedure tegen Clifden c.s.

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een verzoek tot vaststelling van de vergoeding van de onderzoeker in een enquêterechtprocedure tegen Clifden B.V., Rand Holding B.V. en een derde partij (Clifden c.s.). De procedure betrof een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Clifden c.s. vanaf 1 januari 2005, waarbij mr. C.F. Mijs als onderzoeker was benoemd.

De Ondernemingskamer had eerder in meerdere beschikkingen het maximale budget voor het onderzoek verhoogd van €25.000 tot uiteindelijk €47.500 exclusief btw, met de bepaling dat de kosten hoofdelijk ten laste komen van Clifden c.s. De onderzoeker diende op 29 november 2018 het onderzoeksverslag in en verzocht op 11 december 2018 om definitieve vaststelling van de vergoeding op het laatstgenoemde bedrag, zonder extra kosten in rekening te brengen.

Partijen kregen gelegenheid zich uit te laten over het verzoek, waarop geen bezwaren werden gemaakt tegen het bedrag. De Ondernemingskamer vond de vergoeding niet onredelijk en stelde deze definitief vast op €47.500 exclusief btw. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 21 december 2018 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vergoeding van de onderzoeker wordt vastgesteld op €47.500 exclusief btw, hoofdelijk ten laste van Clifden c.s.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.145.443/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 21 december 2018
inzake
[A],
wonende te [....] ,
VERZOEKER,
advocaat:
mr. D. Engelen, kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CLIFDEN B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RAND HOLDING B.V.,
gevestigd te Ridderkerk,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B],
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTERS,
aanvankelijk bijgestaan door mrs. M.J. Siegers en A.J.G. Vegt, vervolgens door mrs. H.J. Breeman en A.J.G. Vegt, thans niet verschenen,
e n t e g e n
[C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
aanvankelijk bijgestaan door mrs. M.J. Siegers en A.J.G. Vegt, vervolgens door mrs. H.J. Breeman en A.J.G. Vegt, thans niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

1.1
Partijen zullen in het vervolg (ook) als volgt worden aangeduid:
- verzoeker met: [A] ;
- verweersters gezamenlijk met: Clifden c.s.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 16 en 22 juni 2015, 13 juni 2017, 27 en 30 november 2018.
1.3
Bij de beschikkingen van 16 en 22 juni 2015 heeft de Ondernemingskamer – voor zover hier van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Clifden c.s. over de periode vanaf 1 januari 2005, mr. C.F. Mijs te Rotterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd tot onderzoeker, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek hoofdelijk ten laste komen van Clifden c.s.
1.4
Bij de beschikking van 13 juni 2017 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 37.500 (exclusief btw) en bepaald dat de kosten van het onderzoek hoofdelijk ten laste komen van Clifden c.s.
1.5
Bij de beschikking van 27 november 2018 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 47.500 (exclusief btw) en bepaald dat de kosten van het onderzoek hoofdelijk ten laste komen van Clifden c.s.
1.6
Op 29 november 2018 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Bij de beschikking van 30 november 2018 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.7
De onderzoeker heeft bij brief van 11 december 2018 specificaties overgelegd van alle in deze zaak verrichte werkzaamheden in verband met het onderzoek en de daaraan bestede tijd. Hij heeft – onder verwijzing naar zijn eerdere brieven aan de Ondernemingskamer van 22 mei 2017 en 13 november 2018, die tevens zijn bijgevoegd – de Ondernemingskamer verzocht de kosten van het onderzoek overeenkomstig het bepaalde budget definitief vast te stellen op € 47.500 exclusief btw. Voor zover de gemaakte kosten dit bedrag overstijgen, heeft de onderzoeker deze niet in rekening gebracht.
1.8
De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het in 1.7 genoemde verzoek van de onderzoeker en de daarbij behorende specificaties en bijlagen. Daarop heeft de Ondernemingskamer op 20 december 2018 een brief van mr. Engelen voormeld namens [A] ontvangen.

2.De gronden van de beslissing

Tegen het verzoek van de onderzoeker diens vergoeding te bepalen op € 47.500 exclusief btw zijn geen bezwaren aangevoerd. [A] heeft zich blijkens de in 1.8 genoemde brief gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer over het verzoek. Dit bedrag komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW Pro dan ook bepalen als hierna te vermelden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 47.500, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en mr. drs. B.M. Prins en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2018.