ECLI:NL:GHAMS:2018:5012

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 december 2018
Publicatiedatum
26 februari 2019
Zaaknummer
23-001762-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 27a SrArt. 63 SrArt. 422 SvArt. 2 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hoger beroep medeplegen met strafoplegging van drie weken gevangenisstraf

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen. Het hof vond geen aanleiding om verdachte vrij te spreken en bevestigde het bewezenverklaarde.

Het hof corrigeerde een kennelijke misslag in de bewezenverklaring en verduidelijkte dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 30 dagen.

De strafmotivering werd aangevuld met persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de mogelijke woningverliezen bij strafoplegging, maar dit leidde niet tot een andere strafoplegging dan die van de politierechter. Het arrest werd uitgesproken op 16 januari 2019 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie weken gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001762-18
datum uitspraak: 16 januari 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 mei 2018 in de strafzaak onder de parketnummers 13-057565-18 en 22-002265-17 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 december 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken met aftrek van voorarrest en dat de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf zal worden toegewezen.
De advocaat-generaal alsmede de raadsman en de verdachte hebben er ter terechtzitting van 20 december 2018 mee ingestemd dat het onderzoek wordt geschorst en na schorsing door een van de raadsheren op 16 januari 2019 wordt hervat en gesloten, en dat direct daarna uitspraak wordt gedaan.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
 in hetgeen ter terechtzitting door de verdachte is verklaard en namens hem is aangevoerd geen aanknopingspunten vindt om hem vrij te spreken van het bewezenverklaarde medeplegen;
 het woord "op" in de bewezenverklaring aanmerkt als een kennelijke misslag en leest als "omstreeks", waardoor de verdachte niet in zijn verdediging is geschaad omdat noch in eerste aanleg noch in hoger beroep onduidelijkheid heeft bestaan over hetgeen de verdachte is tenlastegelegd;
 het niet vermelden van artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht aanvult en in het dictum leest dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
 in het dictum aanvult dat de vordering tot
tenuitvoerlegging wordt gelast van de door het Gerechtshof ’s-Gravenhage op 29 december 2017 onder parketnummer 22-002265-17 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen;
 acht heeft geslagen op het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht en hierin geen aanleiding vindt voor het opleggen van een andere straf;
 de strafmotivering aanvult met de overweging dat het hof in de persoonlijke omstandigheden zoals in hoger beroep aangevoerd, onder meer ten aanzien van de mogelijkheid dat de verdachte zijn woning kwijt raakt bij oplegging van een gevangenisstraf, geen reden ziet om ten aanzien van de op te leggen straf en de gevorderde tenuitvoerlegging anders te oordelen dan de politierechter in eerste aanleg heeft gedaan.

BESLISSING

Het hof bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. A.P.M. van Rijn en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van A. Ivanov, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 januari 2019.
=========================================================================
proces-verbaal uitspraak
_______________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-001762-18
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 16 januari 2019.
Tegenwoordig zijn:
mr. A.M. van Amsterdam, raadsheer,
A. Ivanov, griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M.D.J. Teengs Gerritsen, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.
De verdachte is
wel / nietin de zaal van de terechtzitting aanwezig.
Raadsman/raadsvrouw is
wel / nietaanwezig.
(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:
Tolk is
wel / nietaanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal:
De raadsheer spreekt het arrest uit.
De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld.
(indien de VTE is verschenen)
De verdachte heeft
wel / geenafstand gedaan van recht aanwezig te zijn bij de uitspraak.
(indien VTE is gedetineerd)
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.