ECLI:NL:GHAMS:2018:502
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot actie Greenpeace op boorplatform
In de nacht van 26 op 27 mei 2014 voerde appellante samen met andere actievoerders een protestactie uit op een olieboorplatform in IJmuiden, waarbij zij zich aan het platform ketenden. De burgemeester vaardigde daarop een noodbevel uit en de actievoerders werden aangehouden en verhoord. Appellante werd later in vrijheid gesteld en gedagvaard wegens overtreding van artikel 184 lid 1 Sr Pro, maar de dagvaarding werd ingetrokken en de zaak uiteindelijk geseponeerd wegens gering feit.
Appellante verzocht om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand vanaf het moment van dagvaarding, zowel voor de strafzaak als voor de verzoekschriftprocedure. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellante de verdenking aan zichzelf te wijten zou hebben door niet te voldoen aan de vordering van de politie.
Het hof oordeelde dat er geen rechterlijke beoordeling van schuld heeft plaatsgevonden vanwege het sepot en dat er gronden van billijkheid zijn om de kostenvergoeding toe te kennen. Het hof kende een vergoeding toe van €363 voor de strafzaak en €372 voor de verzoekschriftprocedure, in totaal €735. Het verzoek om een hogere vergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof kent appellante een vergoeding van €735 toe voor gemaakte kosten rechtsbijstand na sepot van de strafzaak.