ECLI:NL:GHAMS:2018:5047
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in verzet tegen strafbeschikking wegens overschrijding termijn
De verdachte werd verdacht van het rijden zonder geldig rijbewijs op 28 december 2016 te Amstelveen. Tegen haar werd door het Openbaar Ministerie een strafbeschikking uitgevaardigd met een geldboete van €340,00. De verdachte tekende verzet aan tegen deze strafbeschikking, maar deed dit pas op 27 maart 2017, wat buiten de wettelijke termijn van zes weken na toezending viel.
De kantonrechter had de verdachte veroordeeld tot een geldboete van €200,00 na verzet tegen de strafbeschikking. Het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het gerechtshof vernietigde het vonnis van de kantonrechter omdat het verzet niet tijdig was ingediend en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in haar verzet.
De verdachte voerde ter terechtzitting aan dat zij ziek was, maar dit werd niet voldoende geacht als bijzondere omstandigheid die de overschrijding van de termijn rechtvaardigt. Hierdoor kon het hof niet anders dan het verzet niet-ontvankelijk verklaren en het vonnis van de kantonrechter vernietigen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzet tegen de strafbeschikking wegens overschrijding van de verzettermijn.