ECLI:NL:GHAMS:2018:505
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand afgewezen wegens eigen schuld appellant
Appellant verzocht om vergoeding van kosten rechtsbijstand ter zake van een strafzaak waarin een hennepplantage in een door hem gehuurde woning werd aangetroffen. Hij verklaarde de woning te hebben onderverhuurd, maar wilde niet zeggen aan wie. De strafzaak werd geseponeerd wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding af omdat appellant geen volledige openheid van zaken had gegeven. In hoger beroep oordeelde het hof dat appellant de noodzaak van rechtsbijstand over zichzelf had afgeroepen door zijn beperkte medewerking en onvolledige verklaringen. Daarom waren geen billijkheidsgronden voor vergoeding van de kosten in de strafzaak aanwezig.
Het hof overwoog echter dat het verzoek tot forfaitaire vergoeding van kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure los stond van het onderliggende verzoek en dat hiervoor wel billijkheidsgronden bestonden. Daarom werd dit deel van het verzoek toegewezen en de eerdere beschikking vernietigd.
Het hof kende appellant een vergoeding van € 830 toe en wees het overige af. De beschikking werd op 9 februari 2018 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand in strafzaak afgewezen, forfaitaire vergoeding voor verzoekschriftprocedure toegekend.