In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor mishandeling en diefstal. De verdachte had aangevoerd dat hij handelde uit noodweer, maar dit verweer werd verworpen omdat de feiten en omstandigheden dit niet aannemelijk maakten.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 15 september 2016 te Zwaag mishandeling pleegde door een slachtoffer hard tegen het lichaam te duwen, en op 24 november 2016 te Hoorn een tasje met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een winkel. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.
Bij de strafoplegging nam het hof de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen van de verdachte en de omstandigheden in acht. Het hof legde een taakstraf van 40 uur en 20 dagen hechtenis op, lager dan de opgelegde gevangenisstraf in eerste aanleg. Tevens verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf.