Uitspraak
Procesgang
-kort gezegd- het ter beschikking stellen van zijn woning voor het telen van hennep en medeplichtigheid aan de diefstal van stroom.
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak is de veroordeelde veroordeeld voor het ter beschikking stellen van zijn woning voor het telen van hennep en medeplichtigheid aan de diefstal van stroom. Het openbaar ministerie had in eerste aanleg gevorderd dat de veroordeelde een bedrag van €16.681,62 aan de Staat zou betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De politierechter in Amsterdam veroordeelde de veroordeelde en legde een ontnemingsmaatregel van €16.000 op. Tegen dit vonnis stelde de veroordeelde hoger beroep in. Het gerechtshof Amsterdam vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
Het hof overwoog dat alleen is bewezen dat de veroordeelde zijn woning ter beschikking stelde voor hennepteelt en medeplichtig was aan stroomdiefstal, maar dat niet aannemelijk is dat hij hieruit zelf voordeel heeft behaald. Daarom wees het hof de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 juli 2018 na behandeling van het hoger beroep en het onderzoek in eerste aanleg. De beslissing betekent dat de veroordeelde niet hoeft te betalen voor ontneming van voordeel uit de strafbare feiten.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen omdat niet aannemelijk is dat de veroordeelde voordeel heeft behaald.