ECLI:NL:GHAMS:2018:550
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid broer in hoger beroep tegen beslissing kamer voor het notariaat
In deze civiele zaak heeft de broer van klager hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat die een klacht tegen een notaris gegrond verklaarde en een waarschuwing oplegde. De broer was executeur in de nalatenschap van de overleden vader van klager.
Het hof heeft onderzocht of de broer ontvankelijk is in het hoger beroep. De wet op het notarisambt bepaalt dat alleen de betrokken notaris, de klager, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en het Bureau Financieel Toezicht (BFT) het recht hebben hoger beroep in te stellen tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat.
Omdat de broer van klager geen van deze hoedanigheden bezit, oordeelt het hof dat hij niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. Het verzoek van klager om proceskosten toe te wijzen wordt niet behandeld omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat in deze tuchtprocedure. Het hof verklaart het hoger beroep van de broer niet-ontvankelijk en spreekt dit uit in een openbare zitting.
Uitkomst: De broer van klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat.