Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
2.Stukken van het geding
3.Feiten
4.Standpunt van klager
€ 7.318,12.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft klager beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat die zijn klacht tegen een notaris ongegrond verklaarde. De klacht betrof het handelen van de notaris in zijn hoedanigheid als executeur-afwikkelingsbewindvoerder van een nalatenschap.
De feiten betreffen de nalatenschap van de tante van klager, die in 2012 overleed. Klager was benoemd tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder maar werd in 2013 en 2014 door de kantonrechter ontslagen en vervangen door de notaris. De notaris heeft onder meer deposito’s beëindigd, voorschotten uitgekeerd en een rekening en verantwoording opgesteld. Klager stelde dat de notaris onzorgvuldig en partijdig had gehandeld en onterechte kosten ten laste van de boedel had gebracht.
Het hof oordeelde dat de notaris bevoegd was tot het beëindigen van de deposito’s en dat dit niet onzorgvuldig was. Ook was het uitkeren van het voorschot aan klager later gerechtvaardigd vanwege vermenging van gelden. Het voeren van een kort geding door de notaris werd niet onrechtmatig geacht. De overige klachten werden eveneens ongegrond verklaard. Het hof bevestigde daarmee de eerdere beslissing van de kamer voor het notariaat.
De uitspraak werd gedaan door mrs. A.C. Faber, C.H.M. van Altena en J.L.G.M. Mertens op 20 februari 2018.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris als executeur-afwikkelingsbewindvoerder is ongegrond verklaard en de eerdere beslissing bevestigd.