ECLI:NL:GHAMS:2018:614
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring klacht tegen gerechtsdeurwaarder wegens niet-bestaande betalingsregeling
Klager had een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder over vermeende onterechte betalingseisen na een betalingsregeling. De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht ongegrond. Klager ging in hoger beroep en voerde een nieuwe klacht aan, die het hof niet ontvankelijk verklaarde omdat deze niet in eerste aanleg was ingebracht.
Feiten zijn dat klager een vordering kreeg tot betaling, een dagvaarding ontving, en een vonnis waarbij hij de vordering erkende. Klager betaalde in drie termijnen een deel van de hoofdsom, maar liet buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten onbetaald. De gerechtsdeurwaarder heeft volgens het hof geen betalingsregeling bevestigd, en heeft het executietraject voortgezet om volledige voldoening te verkrijgen.
Het hof concludeert dat de klacht ongegrond is en bevestigt de beslissing van de kamer. De nieuwe klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard. Het vonnis is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof.
Uitkomst: Het hof verklaart de klacht ongegrond en bevestigt de beslissing van de kamer, waarbij klager niet-ontvankelijk wordt verklaard in een nieuwe klacht.