ECLI:NL:GHAMS:2018:747
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- R.D. van Heffen
- J.W.H.G. Loyson
- M.E. Hinskens–van Neck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten rechtsbijstand na veroordeling wegens niet voldoen aan bevel
Verzoeker heeft bij het gerechtshof Amsterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 89 Sv Pro voor vergoeding van schade door verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak waarin hij werd veroordeeld wegens het opzettelijk niet voldoen aan een wettelijk bevel. Tevens verzocht hij op grond van artikel 591a Sv om een forfaitaire vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in verband met dit verzoek.
De advocaat-generaal adviseerde het verzoek op grond van artikel 89 Sv Pro af te wijzen, maar het verzoek op grond van artikel 591a Sv toe te wijzen. Het hof heeft het verzoekschrift inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de strafzaak eindigde met een veroordeling en toepassing van artikel 9a Sr, waarbij tevens een ISD-maatregel werd opgelegd in een andere zaak.
Gelet op de veroordeling en de omstandigheden acht het hof geen gronden van billijkheid aanwezig om de gevraagde schadevergoeding toe te kennen. Wel is het hof van oordeel dat de forfaitaire vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in het kader van het verzoek toewijsbaar is.
Het hof wijst het verzoek op grond van artikel 89 Sv Pro af, kent een vergoeding van € 280 toe op grond van artikel 591a Sv, en beveelt de betaling daarvan aan verzoeker. De beschikking is uitgesproken op 23 februari 2018 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand afgewezen, maar forfaitaire vergoeding van € 280 toegekend.