ECLI:NL:GHAMS:2018:937
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onredelijke verrekening door bank en tijdelijk verbod executoriale verkoop privéwoning
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Rabobank terecht haar bevoegdheid tot verrekening had gebruikt en of de executoriale verkoop van de privéwoning van appellanten mocht plaatsvinden. Appellanten waren bestuurder en aandeelhouder van een onderneming die financiering had ontvangen van Rabobank, met hypotheken op zowel bedrijfspanden als de privéwoning.
Rabobank had in 2010 een creditsaldo van ruim €30.000 verrekend met haar vordering uit hoofde van een herfinanciering, terwijl kort daarna de bedrijfspanden executoriaal werden verkocht. De rechtbank oordeelde dat de verrekening contractueel was toegestaan, maar onredelijk was; de executoriale verkoop van de privéwoning werd verboden.
Het hof oordeelde dat de verrekening onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid omdat de opbrengst van de bedrijfspanden ruim voldoende was om de schuld te voldoen. Hierdoor was sprake van onverschuldigde betaling door appellanten. Rabobank werd veroordeeld tot terugbetaling van het bedrag met rente. Tevens werd een tijdelijk verbod van vier maanden opgelegd op executoriale verkoop van de privéwoning om partijen gelegenheid te geven tot overleg over een regeling. De overige vorderingen werden afgewezen en partijen droegen elk hun eigen kosten.
Uitkomst: Rabobank wordt veroordeeld tot terugbetaling van €30.663,11 wegens onredelijke verrekening en krijgt een tijdelijk verbod op executoriale verkoop van de privéwoning.