ECLI:NL:GHAMS:2019:102
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verkoop gezamenlijke woning en woonrecht vrouw met kinderen
Partijen, voormalige partners met twee minderjarige kinderen, zijn gezamenlijk eigenaar van een woning. Na hun scheiding bleef de vrouw met de kinderen in de woning wonen en betaalde zij de hypotheeklasten en leningen. De man vordert verkoop van de woning en medewerking van de vrouw daaraan.
De rechtbank wees de vorderingen van de man grotendeels af, stellende dat de vrouw in de woning kon blijven zolang de kinderen er hun hoofdverblijf hadden. Het hof oordeelt dat niet is komen vast te staan dat partijen een bindende afspraak maakten over het onverdeeld laten van de woning en dat de vrouw niet zonder meer kan worden verplicht tot medewerking aan verkoop.
Het hof veroordeelt de vrouw echter wel om binnen twee weken een opdracht tot verkoop te ondertekenen en medewerking te verlenen, stelt een termijn van minimaal zes maanden voor oplevering in, en veroordeelt haar tot betaling van de helft van de onroerende zaakbelasting en rioolheffing. Het hof compenseert de proceskosten en bekrachtigt het vonnis voor het overige.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de vrouw tot medewerking aan verkoop van de woning met een opleveringstermijn van minimaal zes maanden en tot betaling van de helft van de onroerende zaakbelasting.