ECLI:NL:GHAMS:2019:1028
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in familierechtzaak
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 13 juni 2018. Het hof heeft onderzocht of het hoger beroep tijdig is ingesteld, waarbij de vrouw stelde niet op de hoogte te zijn geweest van de procedure en dat haar voormalig advocaat zonder opdracht had gehandeld.
Het hof oordeelde dat de vrouw wel degelijk in eerste aanleg in de procedure was verschenen en dat de beschikking op 13 juni 2018 aan haar was verzonden. Hierdoor viel zij onder de categorie beroepsgerechtigden die binnen drie maanden hoger beroep moesten instellen. Het hoger beroep werd echter pas op 13 december 2018 ingediend, wat te laat was.
De vrouw kon geen omstandigheden aanvoeren die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Daarom verklaarde het hof haar niet-ontvankelijk in het hoger beroep en ook in het verzoek tot voorlopige voorziening, omdat dit alleen kan worden ingesteld bij een ontvankelijke hoofdzaak.
De beschikking werd op 26 maart 2019 uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de vrouw niet-ontvankelijk werd verklaard in haar verzoeken.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.