De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf en drie jaar ontzetting uit het beroep van boekhouder wegens verduistering van geldbedragen van de werkgever.
In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en verklaarde bewezen dat verdachte in de periode van 14 januari 2009 tot en met 31 mei 2013 ongeveer €119.000 verduisterde uit hoofde van zijn functie als boekhouder/hoofd administratie. Het hof sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
De strafbaarheid werd bevestigd, waarbij het hof rekening hield met eerdere veroordelingen en het feit dat verdachte ook na eerdere veroordeling bleef verduisteren. De advocaat-generaal vorderde twaalf maanden gevangenisstraf waarvan drie voorwaardelijk, de raadsman pleitte voor een voorwaardelijke straf met taakstraf.
Het hof legde een gevangenisstraf van negen maanden op, gelet op de ernst, de duur van het misdrijf en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de curator niet tijdig was betrokken.
De benadeelde partij kan haar vordering alleen bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.