In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Noord-Holland is de verdachte veroordeeld voor diefstal van kentekenplaten en meerdere keren diefstal van brandstof. Het hof bevestigt de bewezenverklaring, maar vernietigt het vonnis voor wat betreft de strafoplegging.
De politierechter legde een taakstraf op van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis bij niet-naleving. Het hof overweegt de ernst van de feiten, het gebrek aan respect voor eigendomsrecht, en de hinder die diefstal veroorzaakt. Tegelijkertijd neemt het hof de lichamelijke en psychische klachten van de verdachte, zijn medewerking aan schuldsanering en positieve sociale steun mee.
Gezien deze omstandigheden acht het hof een geheel onvoorwaardelijke taakstraf niet passend. Daarom wordt de taakstraf van 80 uren gehandhaafd, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een vervangende hechtenis van respectievelijk 40 en 20 dagen. Een geldboete en gevangenisstraf worden uitgesloten vanwege de persoonlijke situatie en financiële draagkracht van de verdachte.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 april 2019.