Op 12 oktober 2017 heeft de verdachte te Amsterdam een portemonnee met inhoud weggenomen uit een geparkeerde bestelbus, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en verklaarde wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de diefstal heeft gepleegd. De tenlastelegging voor zover meer of anders dan de diefstal was niet bewezen. Er is geen strafuitsluitingsgrond vastgesteld, zodat de verdachte strafbaar is.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de inbreuk op het eigendomsrecht van het slachtoffer en de overlast die de diefstal veroorzaakte. Vanwege de meervoudige recidive en eerdere veroordelingen na het bewezen feit, legde het hof een gevangenisstraf van 4 weken op, waarbij het advies van de reclassering om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen werd verworpen.