Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 27 maart 2019 een vordering van de advocaat-generaal om de tenuitvoerlegging te gelasten van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 65 dagen die was opgelegd aan de veroordeelde. Deze straf was voorwaardelijk opgelegd met bijzondere voorwaarden waaronder meldplicht bij de reclassering en verplichte behandeling voor middelen- en agressieproblematiek.
De reclassering rapporteerde dat de veroordeelde de voorwaarden aanvankelijk niet naleefde, maar sinds 12 februari 2019 weer contact had met de reclassering, zich aan afspraken hield en meewerkte aan urinecontroles. De reclassering gaf aan dat met de aangevulde bijzondere voorwaarden voldoende mogelijkheden bestonden om begeleiding te bieden, mits de veroordeelde medewerking blijft verlenen.
De advocaat van de veroordeelde overhandigde een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin een eerdere vordering tot tenuitvoerlegging was afgewezen, de proeftijd was verlengd en de voorwaarden waren aangevuld. Tijdens de zitting verklaarde de veroordeelde dat hij zijn gedrag had verbeterd, een vast dagritme had en geen terugval meer had gehad.
Gelet op deze gewijzigde persoonlijke omstandigheden en het positieve verloop achtte het hof de vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging niet gegrond en wees deze af. Hiermee blijft de voorwaardelijke straf van kracht onder de bestaande en aangevulde voorwaarden.