ECLI:NL:GHAMS:2019:1252
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P. Greve
- A.D.R.M. Boumans
- P.C. Römer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis rechtbank in ontnemingszaak na hoger beroep ondanks verweer niet-ontvankelijkheid OM
In deze ontnemingszaak is de veroordeelde bij vonnis van de rechtbank Amsterdam veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder medeplegen van verboden handelen op grond van de Opiumwet en diefstal. Het openbaar ministerie had een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ingediend ter hoogte van €629.277,86, welke door de rechtbank werd afgewezen.
Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen deze afwijzing. Tijdens het hoger beroep voerde de verdediging aan dat het OM niet-ontvankelijk verklaard moest worden omdat het gelijkheidsbeginsel was geschonden: in een identieke zaak tegen een andere verdachte was geen hoger beroep ingesteld. Dit verschil zou volgens de verdediging samenhangen met het feit dat in de zaak van de veroordeelde conservatoir beslag was gelegd.
Het hof oordeelt dat de zaken niet gelijk zijn, mede vanwege het conservatoir beslag van ruim €113.000 in de zaak van de veroordeelde en het voornemen van het OM om een kasopstelling te laten opmaken. Het hof benadrukt de vrijheid van het OM in vervolgingsbeslissingen en wijst het verweer af. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, waarmee de ontnemingsvordering alsnog wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van het openbaar ministerie af.