Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
2.Stukken van het geding
3.Feiten
.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster diende een klacht in tegen een notaris wegens het uitbetalen van gelden die onder executoriaal derdenbeslag stonden aan een gerechtsdeurwaarder, terwijl zij een kort geding had aangevraagd om de executie te schorsen. De notaris had de betaling verricht nadat hij het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van 7 februari 2018 had ontvangen en na advies van zijn advocaat en verzekeraar.
De kamer verklaarde de klacht niet-ontvankelijk, maar het hof oordeelde dat de klacht ontvankelijk was omdat het handelen van de notaris als derde-beslagene voldoende verband hield met zijn hoedanigheid van notaris. Het hof onderzocht vervolgens of de notaris de zorgplicht had geschonden.
Het hof stelde vast dat de notaris zorgvuldig had gehandeld: hij had de betekening van het vonnis afgewacht, klaagster geïnformeerd, advies ingewonnen, en geprobeerd de wederpartij te bewegen de executie uit te stellen. De notaris had de belangen van klaagster voldoende in het oog gehouden.
Het hof concludeerde dat de klacht ongegrond was en vernietigde de eerdere beslissing van de kamer. De klacht werd dus afgewezen omdat de notaris niet onzorgvuldig had gehandeld in strijd met de Wet op het notarisambt.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris is ongegrond verklaard omdat hij zorgvuldig handelde en zijn zorgplicht niet schond.