Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.Het geschil in hoger beroep
5.Beoordeling van het hoger beroep
(…)
:
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1997 gehuwd en hun huwelijk is in februari 2018 ontbonden. In eerste aanleg is een overeenkomst bereikt over de verdeling van het huwelijksvermogen, waaronder de verkoop van de woning en verdeling van spaargelden, auto, inboedel en gouden sieraden.
De man stelt in hoger beroep dat hij niet gebonden is aan deze afspraken en verzoekt een verdeling bij helfte van het vermogen. Hij klaagt over onbillijkheid en psychische druk tijdens de eerste zitting. De vrouw wenst de afspraken te handhaven en betwist de door de man genoemde waardes en omstandigheden.
Het hof oordeelt dat partijen in eerste aanleg een geldige overeenkomst zijn aangegaan waar de man aan gebonden is. Het beroep op redelijkheid en billijkheid en psychische druk faalt. Wel wordt de scooter aan de man toegekend zonder vergoeding. De vrouw wordt verplicht mee te werken aan de verkoop van de woning binnen een week na beschikking, onder dreiging van een dwangsom. Het verzoek tot veroordeling van de man tot aflossing van het voordeelkrediet wordt afgewezen omdat hij reeds maandelijks aflost.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd, met de genoemde aanvullingen en veroordelingen, en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheidingsafspraken en veroordeelt de vrouw tot medewerking aan de verkoop van de woning onder dreiging van een dwangsom.