ECLI:NL:GHAMS:2019:1424
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gegronde redenen tegen benoeming echtgenote tot bewindvoerder en mentor
De betrokkene, gediagnosticeerd met beginnende vasculaire dementie, was het niet eens met de benoeming van een professionele bewindvoerder en mentor en verzocht de benoeming van zijn echtgenote in deze functies. De echtgenote beheerde jarenlang de financiële zaken, maar er waren betalingsachterstanden en een verstoorde verstandhouding met andere familieleden.
De dochters en zus van de betrokkene steunden de benoeming van een onafhankelijke bewindvoerder vanwege financiële problemen en conflicten binnen de familie. Het hof oordeelde dat er gegronde redenen zijn die zich verzetten tegen de benoeming van de echtgenote, mede vanwege het ontstaan van schulden en de moeizame familieverhoudingen.
De professionele bewindvoerder en mentor werd als kundig en betrouwbaar beoordeeld. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kantonrechter en wees het verzoek van de betrokkene af, omwille van het belang van duidelijkheid, continuïteit en het voorkomen van conflicten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de betrokkene af en bekrachtigt de benoeming van de professionele bewindvoerder en mentor.