Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
BESCHIKKING
[verzoeker],
Beslissing
af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Verzoeker is bij arrest van 28 mei 2014 verplicht tot betaling van €102.846,50 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit arrest werd op 19 mei 2015 onherroepelijk. Op 26 oktober 2018 diende verzoeker een verzoek in tot kwijtschelding of matiging van het resterende bedrag met €90.000 op grond van artikel 577b, tweede lid, Sv.
Tijdens de openbare raadkamerzitting op 6 maart 2019 werden verzoeker en de advocaat-generaal gehoord. Verzoeker stelde dat zijn financiële en medische situatie zijn draagkracht beperkt, onderbouwd met een medische verklaring, facturen en bankafschriften. Het CJIB gaf aan dat verzoeker geacht moet worden het bedrag in termijnen te kunnen voldoen, aangezien het wederrechtelijk verkregen voordeel niet geheel is opgesoupeerd.
Het hof oordeelde dat verzoeker onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn huidige en toekomstige financiële situatie om te kunnen vaststellen dat er sprake is van een dusdanig beperkte draagkracht. Daarom is er geen grond voor vermindering of kwijtschelding van de betalingsverplichting. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de betalingsverplichting wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van beperkte draagkracht.