Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
BESCHIKKING
[verzoeker],
Beslissing
af.
Gerechtshof Amsterdam
Verzoeker is bij arrest van het hof van 22 september 2006 verplicht tot betaling van €111.900 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij beschikking van 21 februari 2017 werd de resterende betalingsverplichting vastgesteld op €25.000. Op 25 september 2018 verzocht verzoeker op grond van artikel 577b, tweede lid, Sv om kwijtschelding of vermindering van het resterende bedrag van €23.555.
Tijdens de openbare raadkamerzitting van 6 maart 2019 werd het verzoek behandeld, waarbij verzoeker en de advocaat-generaal werden gehoord. De advocaat-generaal adviseerde tot afwijzing. Verzoeker stelde dat hij geen draagkracht heeft vanwege een laag inkomen, medische problemen en zijn leeftijd van 66 jaar, maar leverde geen bewijsstukken aan ter onderbouwing.
Het CJIB gaf aan geen bezwaar te hebben tegen een reductie. Het hof overwoog dat artikel 577b, tweede lid, Sv de mogelijkheid biedt tot vermindering of kwijtschelding indien de veroordeelde aannemelijk maakt niet te kunnen voldoen aan de betalingsverplichting. Verzoeker gaf echter geen inzicht in zijn financiële situatie en weigerde inzage te geven. Daarom zijn geen gronden aanwezig om de betalingsverplichting te matigen of kwijt te schelden. Het verzoek is afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de betalingsverplichting wordt afgewezen.