ECLI:NL:GHAMS:2019:1530
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- M.C. Schenkeveld
- A.N. van de Beek
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en verdeling gemeenschap na ontbinding geregistreerd partnerschap
Partijen waren sinds 1997 gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben dit huwelijk in 2003 omgezet in een geregistreerd partnerschap, dat op 18 april 2017 werd ontbonden. De vrouw vordert een hogere partneralimentatie en een verdeling van schulden en bezittingen, waaronder een schuld aan haar ouders en woonlasten van de voormalige echtelijke woning.
Het hof hanteert de hofnorm voor de behoefte van de vrouw, gebaseerd op 60% van het gezamenlijke netto besteedbaar inkomen in 2015, het laatste jaar van samenwoning. De vrouw wordt een hogere verdiencapaciteit toegerekend dan zij momenteel benut, mede gezien haar leeftijd en medische situatie. De man wordt een draagkracht toegekend op basis van zijn loon uit loondienst, exclusief inkomsten uit zijn eenmanszaak.
De uitkering tot levensonderhoud wordt vastgesteld op €813 per maand vanaf 18 april 2017. De man wordt gehouden tot betaling van de helft van de schuld aan de ouders van de vrouw, de helft van de woonlasten van de woning tot verkoop, en de vrouw moet een gebruiksvergoeding aan de man betalen voor het verlies van rendement op zijn aandeel in de woning. Verder worden de schulden en baten uit de gezamenlijke bankrekeningen en creditcardschuld verdeeld. De verdeling van de inboedel vindt plaats met gesloten beurzen.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de alimentatie betreft en herzien. De overige beslissingen worden bekrachtigd. De kostenveroordeling wordt afgewezen. Betalingen tussen partijen worden verrekend met het depot onder de notaris.
Uitkomst: De man moet vanaf 18 april 2017 maandelijks €813 aan partneralimentatie betalen en draagt bij aan schulden en woonlasten volgens de vastgestelde verdeling.