ECLI:NL:GHAMS:2019:1537
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na onjuist doen van aangiftes
De veroordeelde werd door de rechtbank Amsterdam veroordeeld voor het opzettelijk onjuist doen van aangiftes inkomstenbelasting voor derden over meerdere jaren. Het openbaar ministerie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk geschat op €95.822,-, later verminderd tot €50.000,-.
De rechtbank verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in deze vordering tot ontneming. Het openbaar ministerie ging hiertegen in hoger beroep. Het gerechtshof Amsterdam heeft in het arrest van 1 februari 2019 het vonnis van de rechtbank bevestigd, waarmee het openbaar ministerie niet-ontvankelijk blijft in zijn vordering.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank integraal overgenomen, met uitzondering van een specifieke overweging die werd weggelaten. De uitspraak is gedaan na behandeling van het hoger beroep en het onderzoek in eerste aanleg, waarbij de standpunten van de advocaat-generaal, de veroordeelde en diens raadsman zijn meegewogen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vordering tot ontneming.