ECLI:NL:GHAMS:2019:1612
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging van kinderen
De moeder kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het ouderlijk gezag over haar twee kinderen beëindigde. De kinderen zijn sinds 2015 uit huis geplaatst en verblijven bij pleegouders vanwege zorgen over hun ontwikkeling en de opvoedcapaciteiten van de ouders.
De moeder erkent haar beperkingen en het belang van begeleiding, maar stelt dat het gezag te vroeg is beëindigd en dat nader onderzoek naar haar opvoedvaardigheden moet plaatsvinden. De raad voor de kinderbescherming betoogt dat de ouders onvoldoende betrokken zijn bij het leven van de kinderen en niet in staat zijn binnen een aanvaardbare termijn de zorg en opvoeding te dragen.
Het hof overweegt dat de ouders meerdere problemen hebben, waaronder schulden, lage cognitie en gedragsproblemen, en dat de kinderen kwetsbaar zijn, mede door het syndroom van Down bij één kind en hechtingsproblematiek bij het andere. De kinderen zijn veilig gehecht aan hun pleegouders en maken goede ontwikkeling door.
Gezien het ontbreken van zicht op opvoedvaardigheden en de onbetrouwbaarheid van de ouders in omgangscontacten, concludeert het hof dat aan de wettelijke voorwaarden voor beëindiging van het gezag is voldaan. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en benadrukt het belang van duidelijkheid voor de kinderen en hun perspectief.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag over de kinderen en wijst de voogdij toe aan de gecertificeerde instelling.