ECLI:NL:GHAMS:2019:1658
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over opzegtermijn en transitievergoeding bij arbeidsovereenkomst met kennelijke misslag
In deze zaak staat de vraag centraal of de opzegtermijn in artikel 2.2 van de arbeidsovereenkomst een kennelijke verschrijving bevat. [appellant] stelt dat de opzegtermijn voor de werknemer drie maanden en voor de werkgever zes maanden had moeten zijn, in plaats van andersom zoals schriftelijk vastgelegd. Nayak had bij opzegging daarom een termijn van zes maanden in acht moeten nemen.
De kantonrechter wees de meeste vorderingen van [appellant] af, behalve een beperkte gefixeerde schadevergoeding. Het hof oordeelt echter dat er sprake is van een kennelijke misslag in de opzegtermijn en herstelt deze door de termijnen om te draaien. Dit leidt ertoe dat Nayak de arbeidsovereenkomst onregelmatig heeft opgezegd en een hogere gefixeerde schadevergoeding verschuldigd is.
Daarnaast is de transitievergoeding aan de orde. Het hof stelt vast dat Nayak vooraf op de hoogte was van de juiste opzegtermijn en de gevolgen daarvan voor de transitievergoeding. Het is onaanvaardbaar dat Nayak zich nu beroept op de onregelmatige opzegging om een lagere transitievergoeding te weigeren. Het hof wijst daarom een hogere transitievergoeding toe, verminderd met reeds betaalde bedragen.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en veroordeelt Nayak tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding en de hogere transitievergoeding, beide vermeerderd met wettelijke rente, en in de kosten van beide instanties. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof herstelt de kennelijke misslag in de opzegtermijn en veroordeelt Nayak tot betaling van een hogere gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding aan [appellant].