ECLI:NL:GHAMS:2019:176
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen gronden voor ondertoezichtstelling van minderjarige ondanks zorgen over ouderlijk conflict
Uit de zaak blijkt dat de vader in hoger beroep kwam tegen de beschikking van de kinderrechter die de minderjarige onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling voor de duur van een jaar. De minderjarige woont bij de vader en de ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit. De ondertoezichtstelling was ingesteld vanwege zorgen over de relatie tussen de ouders, het alcoholgebruik van de moeder en de omgangsregeling.
De vader betoogde dat er geen sprake was van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige en dat hulpverlening in het vrijwillige kader volstaat. De raad maakte zich zorgen over de onberekenbaarheid van de moeder door haar alcoholgebruik, de conflictueuze relatie tussen de ouders en de overbeschermende houding van de vader, die de zelfredzaamheid van de minderjarige zou belemmeren.
Het hof oordeelde dat onvoldoende concreet was aangetoond dat de minderjarige daadwerkelijk lijdt onder de conflicten of dat de omstandigheden een ernstige bedreiging vormen. De vader werkt mee aan hulpverlening en de school signaleert geen problemen meer. De beschermende houding van de vader is begrijpelijk gezien de situatie met de moeder. Daarom vernietigde het hof de beschikking en wees het verzoek tot ondertoezichtstelling af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ondertoezichtstelling en wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af wegens onvoldoende bewijs van ernstige ontwikkelingsbedreiging.