Uitspraak
1.[A] ,
[B],
mrs. J.A.I. Verheulen
F.A.J. Havenga, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. A.J. Tekstra, kantoorhoudende te Amsterdam,
[E],
mr. A.J. Tekstra,kantoorhoudende te Amsterdam,
5.[F] ,
[G],
[H],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft de Ondernemingskamer op 30 januari 2019 een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van een besloten vennootschap vanaf 1 december 2015, met een initiële kostenplafond van € 25.000 exclusief omzetbelasting. Op 4 februari 2019 werd een onderzoeker benoemd om dit onderzoek uit te voeren.
De onderzoeker verzocht op 9 mei 2019 om een verhoging van het maximale kostenbedrag tot € 42.500 exclusief omzetbelasting, onderbouwd met een gedetailleerde urenspecificatie van reeds verrichte en nog te verrichten werkzaamheden. De Ondernemingskamer gaf partijen de gelegenheid om op dit verzoek te reageren, waarop geen bezwaren werden ingebracht.
De Ondernemingskamer oordeelde dat het verzoek niet onredelijk was en besloot het maximale kostenbedrag te verhogen tot € 42.500 exclusief omzetbelasting. Tevens werd bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van de onderzochte vennootschap en dat zij op verzoek zekerheid moet stellen voor betaling van dit bedrag. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 28 mei 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het maximale bedrag voor het onderzoek wordt verhoogd tot € 42.500 exclusief omzetbelasting, kosten komen voor rekening van de vennootschap.