Rechthebbende, geboren in 1940 en onder bewind gesteld sinds 1996, verzocht toestemming om €100.000,- te schenken aan haar zoon. De kantonrechter wees dit verzoek af, maar verleende een beperkte schenking van €5.363,-. In hoger beroep betoogde rechthebbende dat zij wilsbekwaam is en de schenking uit vrije wil doet, gesteund door een gesprek met haar advocaat en een hoofdverpleegster.
Het hof beoordeelde de wilsbekwaamheid van rechthebbende en concludeerde dat zij ondanks communicatieve beperkingen duidelijk en ondubbelzinnig haar wil kon bepalen. De bewindvoerder, hoewel twijfelend over de afhankelijkheid van de zoon, stond achter de schenking. Het hof stelde vast dat toestemming van de kantonrechter niet nodig is indien de bewindvoerder instemt.
Daarom vernietigde het hof de beschikking van de kantonrechter voor zover deze het verzoek afwees en verklaarde rechthebbende niet-ontvankelijk in haar verzoek om toestemming te verkrijgen. De schenking kan plaatsvinden met instemming van de bewindvoerder zonder tussenkomst van de kantonrechter.