ECLI:NL:GHAMS:2019:2033
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding in onderhoudsbijdragerechtzaak
In deze zaak ging het om het hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank waarin een onderhoudsbijdrage van €381 per maand voor zijn minderjarige zoon was vastgesteld. De man stelde dat hij niet tijdig op de hoogte was gesteld van de beschikking vanwege een foutief opgegeven adres en dat de beroepstermijn pas na publicatie in de Staatscourant was ingegaan.
Het hof oordeelde dat de man uiterlijk op 29 maart 2018 bekend was met de beschikking, omdat hij toen contact had gezocht met het LBIO naar aanleiding van een aangetekende brief van 27 maart 2018 waarin de beschikking werd vermeld. De beroepstermijn van drie maanden liep derhalve tot 29 juni 2018, terwijl het beroepschrift pas op 24 oktober 2018 werd ingediend.
Omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De mondelinge behandeling richtte zich uitsluitend op de ontvankelijkheid van het beroep. De beschikking werd op 11 juni 2019 door het hof uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de man is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.