ECLI:NL:GHAMS:2019:2096
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing kamer gerechtsdeurwaarders
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder en is in eerste aanleg door de kamer voor gerechtsdeurwaarders in het ongelijk gesteld. Tegen de beslissing van de kamer op het verzet heeft klaagster hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof heeft geoordeeld dat op grond van artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel openstaat tegen de beslissing van de kamer op het verzet. Een uitzondering op dit verbod kan alleen worden gemaakt indien bij de totstandkoming van de beslissing een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, wat in deze zaak niet is gesteld of gebleken.
Daarom verklaart het hof klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. De procedure is behandeld tijdens een openbare zitting waarbij klaagster en haar gemachtigde aanwezig waren en het woord voerden. De beslissing is op 18 juni 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.