ECLI:NL:GHAMS:2019:2120

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 juni 2019
Publicatiedatum
26 juni 2019
Zaaknummer
23-004278-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte mishandeling wegens onvoldoende bewijs

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van mishandeling. De tenlastelegging betrof het vastpakken en knijpen van een aangeefster bij de keel en het slaan van een andere aangeefster op de borst.

Het hof heeft de lezing van de verdachte, dat hij slechts afwerende en wegduwende bewegingen maakte, niet als onaannemelijk terzijde gesteld. De verklaringen van de aangeefsters werden niet zonder meer betrouwbaar geacht, mede omdat een vriend van een aangeefster de verdachte na het incident fors heeft toegetakeld, wat niet in hun verklaringen werd vermeld.

Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde had begaan en sprak hem daarom vrij. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mishandeling.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-004278-16
Datum uitspraak: 25 juni 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 november 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-269430-14 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
11 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 1 december 2014 te Zaandam, gemeente Zaanstad een of meerdere perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte, - meermalen, althans eenmaal, (met kracht) voornoemde [slachtoffer 1] om/bij de keel en/of nek vastgepakt en/of beetgepakt en/of (vervolgens) (in) de keel en/of nek (dicht)geknepen (gehouden) en/of - meermalen, althans eenmaal, (met kracht) voornoemde [slachtoffer 2] met de (tot vuist gebalde) hand(en) tegen/in/op de borst en/of (elders) op/tegen het lichaam geslagen en/of gestompt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Vrijspraak

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken, nu de verdachte slechts afwerende en wegduwende bewegingen heeft gemaakt en zich niet schuldig heeft gemaakt aan mishandelingen. Aangeefster [slachtoffer 1] heeft pas later verklaard pijn te hebben aan haar keel nadat de verdachte haar daar zou hebben vastgegrepen. Het vermeende slaan door de verdachte van aangeefster [slachtoffer 2] ter hoogte van haar borst is door [slachtoffer 1] bevestigd, maar zij kan dit niet hebben gezien. Het enige geweld dat heeft plaatsgevonden tussen de verdachte en beide aangeefsters is verbaal geweld, aldus de verdachte en zijn de raadsman.
Het hof overweegt als volgt.
Op grond van het dossier kan de lezing van de verdachte niet als onaannemelijk terzijde worden gesteld en is voor het hof niet komen vast te staan dat de verdachte aangeefster [slachtoffer 1] bij de keel heeft gegrepen of aangeefster [slachtoffer 2] heeft geslagen. Het hof acht de verklaringen van de aangeefsters niet zonder meer betrouwbaar, waarbij van belang is dat [slachtoffer 2] na het incident niet (bijvoorbeeld) de politie heeft gebeld maar een vriend heeft ingeschakeld die onmiddellijk ter plaatse kwam en de verdachte fors heeft toegetakeld. Hiervan hebben de aangeefsters in hun verklaringen geen melding gemaakt, hetgeen het hof doet twijfelen aan de juistheid van hun verklaringen omtrent hetgeen daaraan voorafgaand is voorgevallen op 1 december 2014.
Naar het oordeel van het hof is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de hij hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. R.D. van Heffen en mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 juni 2019.
mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
[…]