Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
2.Stukken van het geding
3.Feiten
De beslagvrije voet is destijds vastgesteld door middel van de echtparennorm minus de inkomsten uit uw nabestaandenpensioen van € 79,17 per maand. Hierdoor was de van toepassing zijnde beslagvrije voet vastgesteld op een bedrag van € 1.156,19 per maand.
4.Standpunt van klaagster
5.Standpunt van de gerechtsdeurwaarder
6.Beoordeling
ongegrondverklaarde klachtonderdelen e., f. en h. De gerechtsdeurwaarder heeft zich in zijn verweerschrift in hoger beroep beperkt tot klachtonderdeel a. en voormelde klachtonderdelen.
€ 1.277,64 per maand bedroeg. Daarnaast ontving klaagster een klein nabestaandenpensioen van € 79,17 per maand. Bekend was dat klaagster destijds gehuwd was. Mede gezien de eerdere opstelling van klaagster en het feit dat zij op alle aan haar gerichte verzoeken om financiële gegevens (door middel van het inkomsten- en uitgavenformulier) telkens niet of volstrekt onvoldoende had gereageerd, heeft de gerechtsdeurwaarder op 4 augustus 2015, zonder vooraf bij klaagster naar haar bronnen van inkomsten te informeren, ten laste van haar loonbeslag gelegd en de beslagvrije voet voorshands vastgesteld op € 1.156,19 per maand (norm echtpaar minus genoemd nabestaandenpensioen).