ECLI:NL:GHAMS:2019:2308
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis wegens vluchtgevaar
De verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland en verblijvend in het Justitieel Complex Schiphol, had hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die het verzoek tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis had afgewezen.
Het hof heeft de stukken bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord. Het hof sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank en oordeelt dat het vluchtgevaar onvoldoende kan worden beperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden, mede vanwege het ontbreken van een vaste verblijfplaats en het vermoeden dat de verdachte over valse papieren beschikt.
Een borgsom wordt als onvoldoende maatregel gezien om het vluchtgevaar te mitigeren. Daarom wijst het hof het hoger beroep af en bevestigt de voortzetting van de voorlopige hechtenis.
De beschikking is op 19 juni 2019 in raadkamer gegeven door de raadsheren Bruinsma, Schimmel en Iedema, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voortzetting van de voorlopige hechtenis wegens onvoldoende beperking van vluchtgevaar.