ECLI:NL:GHAMS:2019:2309
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens onvoldoende ernstige bezwaren
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 8 mei 2019 vernietigd waarbij het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis was afgewezen. Het hof heeft het dossier en de stukken betreffende de voorlopige hechtenis van de verdachte bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord.
Hoewel het hof aanwijzingen ziet voor de betrokkenheid van de verdachte bij de feiten waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, zijn deze aanwijzingen niet voldoende sterk om de voorlopige hechtenis voort te zetten. Sinds de eerdere beslissing van de rechtbank zijn geen nieuwe belastende omstandigheden naar voren gekomen.
Daarom heeft het hof besloten de voorlopige hechtenis op te heffen met ingang van de datum van de beschikking. Deze beslissing is genomen in raadkamer op 19 juni 2019 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van de verdachte is opgeheven wegens onvoldoende ernstige bezwaren.