ECLI:NL:GHAMS:2019:2363

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 juli 2019
Publicatiedatum
11 juli 2019
Zaaknummer
23-000489-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24 Sr
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens kraken van een leegstaand bedrijfspand in Enkhuizen

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het kraken van een leegstaand bedrijfspand te Enkhuizen op 24 oktober 2018. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam. Tijdens de terechtzitting op 17 juni 2019 werd het onderzoek voortgezet.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het pand wederrechtelijk betrad, maar sprak hem vrij voor overige tenlasteleggingen. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde werd bevestigd, waarbij het hof benadrukte dat het kraken een hinderlijk feit is dat overlast veroorzaakt en schade aan het pand toebrengt, wat tevens een inbreuk op het eigendomsrecht vormt.

Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en de persoon van de verdachte, legde het hof een voorwaardelijke geldboete van €500 op met een proeftijd van twee jaar. De eerdere strafbeschikking werd vernietigd en het vonnis van de politierechter werd vervangen door dit arrest.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €500 met een proeftijd van twee jaar wegens kraken.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000489-19
datum uitspraak: 1 juli 2019
VERSTEK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 februari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-210434-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,
adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 juni 2019.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de politierechter toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 24 oktober 2018 te Enkhuizen in een woning en/of gebouw, aan de [adres 2], waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk is binnengedrongen en/of wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 24 oktober 2018 te Enkhuizen in een gebouw, aan de [adres 2], waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk is binnengedrongen.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
kraken.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 500 subsidiair 10 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaar.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof dezelfde straf zal opleggen als de politierechter.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het kraken van een leegstaand bedrijfspand. Dit is een hinderlijk feit dat overlast geeft voor omwonenden. De verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de rechthebbende en heeft daarmee bovendien schade toegebracht aan het pand. Dit rekent het hof de verdachte aan.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke geldboete van € 500,00 passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 63 en 138a van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking onder CJIB-nummer 4132542003406728.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
10 (tien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een
proeftijdvan
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. J. Piena en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Rijn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 juli 2019.
Mr. A.D.R.M. Boumans en mr. M.J. Dubelaar zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]