ECLI:NL:GHAMS:2019:2481
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond wegens niet tijdig ingediend verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand
De appellant diende een verzoek in op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak die was geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de drie maanden na de sepotbeslissing van 3 juni 2016 was ingediend.
Appellant betwistte de sepotcode en vroeg via zijn advocaat om wijziging van de sepotcode, welke later werd toegewezen. Desondanks oordeelt het hof dat de termijn van drie maanden voor het indienen van het verzoek niet opnieuw gaat lopen na de wijziging van de sepotcode.
Het hof bevestigt dat het verzoek niet tijdig is ingediend en verklaart het hoger beroep ongegrond. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 2 april 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdig ingediend verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand.