ECLI:NL:GHAMS:2019:2566
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
Deze zaak betreft het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 april 2018. Het hoger beroep werd geopend op 8 augustus 2018, maar geschorst. Op 28 juni 2019 liet de raadsman weten dat verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven, waarmee hij de eerder opgegeven bezwaren intrekt.
Het gerechtshof heeft vervolgens op 5 juli 2019 het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep voortgezet. Gezien het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij verder onderzoek en op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij twee rechters niet in staat waren het arrest mede te ondertekenen. De beslissing betekent dat het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk is verklaard en het vonnis van de politierechter daarmee in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet handhaven van het hoger beroep en intrekking van bezwaren.