ECLI:NL:GHAMS:2019:2566

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 juli 2019
Publicatiedatum
22 juli 2019
Zaaknummer
23-001494-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking bezwaren

Deze zaak betreft het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 april 2018. Het hoger beroep werd geopend op 8 augustus 2018, maar geschorst. Op 28 juni 2019 liet de raadsman weten dat verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven, waarmee hij de eerder opgegeven bezwaren intrekt.

Het gerechtshof heeft vervolgens op 5 juli 2019 het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep voortgezet. Gezien het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij verder onderzoek en op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij twee rechters niet in staat waren het arrest mede te ondertekenen. De beslissing betekent dat het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk is verklaard en het vonnis van de politierechter daarmee in stand blijft.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet handhaven van het hoger beroep en intrekking van bezwaren.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001494-18
datum uitspraak: 5 juli 2019
TEGENSPRAAK (verdachte op eerdere zitting in hoger beroep verschenen)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer
15-059557-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1959,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 juli 2019.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is op 8 augustus 2018 geopend en geschorst.
Blijkens de brief van de raadsman van 28 juni 2019 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. E. van Die en mr. M.P. van der Stroom, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
5 juli 2019.
Mrs. E. van Die en M.P. van der Stroom zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.