ECLI:NL:GHAMS:2019:2684
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Contractsoverneming en cessie bij re-integratieovereenkomsten tussen UWV en re-integratiebedrijven
Het geschil betreft de rechtsgeldigheid van contractsovernemingen en cessies van vorderingen tussen het UWV en diverse re-integratiebedrijven, waaronder Het Opleidingshuis, Het Studiehuis, Het Projectenhuis en ONL. Het UWV sloot in 2003 meerdere contracten voor re-integratieprojecten, die later werden overgedragen aan Het Projectenhuis en vervolgens aan ONL.
Het hof bevestigt dat de districtsmanager [D] bevoegd was namens het UWV medewerking te verlenen aan contractsovernemingen, ondanks interne afspraken en het ontbreken van expliciete mandaatstukken. De schriftelijke bevestiging van contractsoverneming door [D] voldoet aan de vormvereisten, ook zonder ondertekening door de wederpartij.
De cessie van vorderingen betreffende de projecten Loketlozen, Eigen Baas en Banenplein aan ONL is rechtsgeldig, terwijl de cessie van Stadswachten faalt wegens gebrek aan contractsoverneming en onduidelijkheid over de overdracht van vorderingen. Het hof verwijst de zaak voor nadere memoriewisseling vanwege onduidelijkheden over verjaring, specificatie van vorderingen en tegenvorderingen.
De rechtbank heeft eerder alle vorderingen afgewezen, maar het hof vernietigt dit oordeel deels en erkent de rechtsgeldigheid van contractsovernemingen en cessies voor de genoemde projecten, met uitzondering van Stadswachten. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof verklaart contractsovernemingen en cessies van Loketlozen, Eigen Baas en Banenplein rechtsgeldig en verwijst de zaak voor nadere memoriewisseling; cessie van Stadswachten wordt afgewezen.